Bodemonderzoek  2010

Op initiatief van de toenmalig provinciaal archeoloog Prof. Dr. Henny Groenendijk is in samenwerking met de stichting Bezoekerscentrum Klooster Yesse in 2010 een participatieproject uitgevoerd. Samen met de buurtbewoners zijn de meest kansrijke plekken bepaald om proefsleuven te graven. Archeologisch bureau RAAP voerde het onderzoek uit onder leiding van Berry van Hooff. Henny Groenendijk coördineerde het totale project. Doel was het bepalen van de locatie van de kloostergebouwen.
 

Blootgelegd
Een zogenoemde ‘slempsleuf’ is een gegraven en daarna met zand opgevulde sleuf die als fundament diende voor een gebouw. Het fundament is hier te zien als (lichtgeel) zandbed. Deze vrij smalle sleuven, waartussen resten van een leemlaag te zien waren, wijzen op een bijgebouw.

 

Graafwerk
Graafwerk in juli en november van 2010 heeft verrassende ontdekkingen opgeleverd! Hoewel gezocht werd naar feitelijke fundamenten, werden deze niet gevonden. Wel werd een doorsnede van de bodem aangetroffen die een mooie weergave geeft van de opbouw ervan door de eeuwen heen. Aanvankelijk werd gedacht dat het klooster op een forse eslaag gebouwd was. Nader grondonderzoek wees echter uit dat de homogene laag onderin de achterwand geen esgrond is maar (rivier)slib. Datering hiervan is niet gebeurd. Wel wijst de puinlaag van kloostersteen er op dat de laag is aangebracht voordat het klooster in steen werd opgetrokken. Gevonden scherven van huisraad dateren echter van ver vóór de kloostertijd en wijzen op eeuwen eerdere bewoning.

 

Op een tweetal plekken werden volkomen onverwacht sporen van bebouwing gevonden. Bij een van deze sporen werden menselijke resten gevonden, naar zou blijken was minstens één van hen een man. (foto)

 

Op een andere plek kwam, alweer onverwacht, een fundament van een kelder vrij. Waar in de rest van het terrein slechts een alom verbreide laag puin de bewoners plaagt, leek het toch mogelijk dat hier een heel klein stukje klooster gevonden was. Het archeologisch rapport gaf echter aan dat het fundament van ná de kloostertijd zou dateren.(foto)

 

In november 2010 zijn sporen van de grondvesten van de kloosterkerk gevonden. De volledige omtrek is echter nog niet aan te geven. Ook hier lagen ten noordoosten ervan beenderen die duidelijk wijzen op een grafveld.

 

De gracht is met een dwarssleuf verder onderzocht, hierbij werd een houten dakpan ontdekt. Een unieke vondst, naar zijn soort het derde exemplaar in Nederland! (foto’s) Bij het onderzoek naar de oorspronkelijke breedte van de kloostergracht werd ontdekt dat er aan de binnenzijde, parallel aan de gracht, nog een greppel liep. Deze diende waarschijnlijk als zoetwaterreservoir, voor het geval dat het zeewater tot aan Essen oprukte.
 

 

Rapport onderzoeksresultaten

De resultaten van alle onderzoeken zijn door bureau RAAP (Drachten) neergelegd in een rapport. Dit is ter inzage in het bezoekerscentrum. (foto?? Bv. Van terrein met sleuven?))

 

Onderzoek
Als die er al geweest is, is er geen kloosterkroniek bewaard gebleven. toch zijn er op verschillende plaatsen bronnen beschikbaar die de tot nu toe bijeengebrachte informatie kunnen verfijnen en mogelijk uitbreiden.

Het streven is om zo veel mogelijk veelal verspreid aanwezige gegevens te verzamelen en te ordenen. Informatie is b.v. te vinden in archieven, kronieken, kloosters en musea. Een bijzondere bron is de Dialogus Miraculorum, de verzameling verhalen genoteerd door Caesarius van Heisterbach rond 1220,waarmee een authentieke bron uit de kloosterperiode is te raadplegen. Ook individuele personen blijken soms waardevolle gegevens te kunnen leveren.

Gegevens worden geordend om een zo compleet mogelijk, gedetailleerd overzicht te maken, ter inzage beschikbaar in het Bezoekrscentrum.

 

Met name Bart Flikkema diept allerlei deelonderwerpen uit en schrijft hier ‘Esser Miniatuurtjes’ over. Zie voor de onderwerpen de lijst met publicaties.

 

Een bijzonder onderzoek is recent uitgevoerd door (toen nog) student Landschapsgeschiedenis Marnix Deterd Oude Weme. Hij onderzocht primair de vroegere meanders van de Hunze tussen het Zuidlaardermeer en de stad Groningen. Hij wijdde echter zijn casestudy aan het corpusland van Yesse, dat wil zeggen het rond het klooster aaneengesloten gelegen gebied, dat voor eigen gebruik werd bewerkt. Het is een uitgebreide en gedegen studie geworden met verrassende uitkomsten. Eveneens ter inzage in het bezoekerscentrum, maar ook als PDF bestand te lezen via

deze pdf