Mirabile Dictu

 

In het begin van de 13de eeuw, wanneer Yesse zich nog niet heeft aangesloten bij het klooster Aduard, krijgt Yesse bezoek van de abt van het klooster Heisterbach, bij het Duitse Bonn. Deze abt Henricus laat zich vergezellen door zijn novicen-meester Caesarius, de monnik die de nog in te wijden, aanstaande kloosterlingen voorbereidt. Caesarius schrijft alles wat hem ter ore komt op. Het tweetal reist onder meer door Duitsland en het noorden van de Nederlanden om er de talrijke cisterciënzer kloosters te visiteren. Ze bezoeken Yesse tweemaal en bij die gelegenheid noteert Caesarius enkele wonderverhalen.

De kaars

Op een avond doen twee lekenbroeder de ronde en ontdekken dat de kaars die bij het altaar brandt niet gedoofd is. Zijn melden dit bij de priorin, die op haar beurt de kosteres ter verantwoording roept. De kosteres verzekert haar dat zij de kaars bij het verlaten van de kapel heeft gedoofd. Zij is beducht voor brand, omdat alles in het klooster van hout is. Wanneer de kosteres de kapel betreedt, ziet ze de kaars toch branden en ze haast zich deze opnieuw uit te blazen. De lekenbroeders komen andermaal in de kapel komen en zien de kaars toch weer zien branden. Nu gelooft de priorin de oprechtheid van de kosteres en ze laat de kaars de hele dag en de daarop volgende nacht branden. En de volgende ochtend was de kaars wonderlijk genoeg nauwelijks korter geworden: Het licht van de Heer verspreidt zich overal en laat zich niet doven.

Het Madonnabeeld

Op Sint Andriesdag, 30 november, ziet een lekenbroeder aan het begin van de mis hoe het beeld voorin de kerk tot leven komt. Maria die een kroon draagt heeft Christus op schoot. Deze staat op en zet de kroon van Zijn moeder op Zijn eigen hoofd en gaat weer zitten. Wanneer de evangelielezing is geëindigd met de woorden ‘Et Homo factus est’ (‘en Hij is mens geworden’) zet Christus de kroon weer op het hoofd van Zijn moeder. Deze gebeurtenis herhaalt zich een week later voor de ogen van dezelfde broeder. Nu durft hij niet langer te zwijgen en hij vertelt alles wat hij gezien heeft aan de priorin. Het wonder wordt later uitgelegd als een verbond tussen het menselijke en het goddelijke.

 

Caesarius noteert naast deze twee verhalen nog ruim 700 andere wonderbaarlijke gebeurtenissen. Ze worden gebundeld in twee delen die de naam Dialogus Miraculorum, het Boek der Mirakelen, dragen. De teksten zijn bewaard gebleven en geven authentieke informatie uit de kloostertijd.

CHARLES VOS

De Maastrichter beeldhouwer Charles Vos (1888-1954) maakte een beeld naar aanleiding van het Mariawonder te Yesse. Het werd in 1947 geplaatst in de kapel van ‘Onze Lieve Vrouwe van Yesse’ op het terrein van het Sint Maartenscollege in Haren. Het beeld staat thans in de R.K. Nicolaaskerk aan de Irenelaan in Haren.