Van 1215 tot 1594 heeft op de plaats van de huidige buurtschap Essen, gemeente Haren bij Groningen, een Cisterciënzer vrouwenklooster  gestaan. Het betrof een niet onaanzienlijk klooster, waar vooral dochters van gegoede families uit de stad Groningen leefden.

De nonnen leidden hun leven naar de regel van de Heilige Benedictus, hoewel ze hier, net als in vele andere kloosters, regelmatig moeite mee hadden. Hierdoor komt het ook dat het  klooster, dat van 1249 tot 1418 onder toezicht van Aduard viel, zich toen aansloot bij het pas gestichte klooster Galilea Major te Sibculo (bij Hardenberg), wat tot het einde van de kloostertijd zou blijven.

Als middelen van bestaan was er in het klooster een school,  waar meisjes uit de omgeving les konden krijgen in lezen en schrijven, werden ouderen en zieken verzorgd, veelal tegen inleveren van hun hele bezit maar dan wel tot hun dood.  Daarnaast hielden Cisterciënzer lekenbroeders (conversen) zich bezig met land verbeteren en bewerken (graan, turf), stenen bakken, waterbeheersing. Het klooster bezat in de wijde omgeving vele landerijen en was in grootte derde in de provincie Groningen. Een wonder, dat in 1219 in het klooster gebeurd is met het Mariabeeld, heeft vermoedelijk vele bedevaartgangers naar Essen gebracht.

Aan de andere kant moest het klooster met name in de 16e eeuw regelmatig soldaten herbergen die om de stad Groningen vochten, waardoor het klooster veel te lijden had. Berovingen en plunderingen waren haar deel.

De Reformatie (Het Tractaat van Reductie, 1594)  betekende ook het einde voor  het klooster Yesse in Essen. Echter in 1641 maakt de Harense dominee Hubertus Brucherus bekend dat er nog steeds in het geheim diensten worden gehouden in Essen ('exercitie van die pauselijcke superstitie').

Na de kloostertijd vonden er, behoudens bovengenoemde, voor zover bekend geen bijzondere gebeurtenissen meer plaats. De materialen van het klooster zijn door de eeuwen heen door de bewoners uit de omgeving gebruikt voor woningen, maar ook b.v. voor verharding van de Rijksstraatweg in Haren. Rond 1890 zijn de laatste (bovengrondse) resten opgeruimd. In de bodem zijn zeker nog resten terug te vinden. Het gebied staat gemarkeerd als archeologisch erfgoed.

Momenteel is door de nog bestaande gracht alleen het kloosterterrein nog te herkennen. Op het terrein gevonden materialen zijn te zien in het Bezoekerscentrum. Vondsten van de opgravingen in 2010 zullen te zijner tijd ondergebracht worden in het Archeologisch Depot te Nuis.